download het memorandum in pdf
Overzicht van het 10-punten memorandum
- Het overlegmodel moet gehandhaafd blijven , de afgesloten akkoorden tussen tandartsen en ziekenfondsen moeten uitgevoerd worden.
- Het aandeel van het budget Tandheelkunde in het totale RIZIV- budget moet dringend worden verhoogd.
- Het aanbod van zorgverleners moet aangepast worden aan een nieuw model van praktijkvoering met hulpkrachten.
- Er moet dringend werk worden gemaakt van een herziening van de regelgeving op de publiciteit voor het Tandheelkundig beroep.
- Duidelijke afspraken voor derdebetalersregeling moeten dringend worden gemaakt. Misbruiken van deze sociale maatregelen moeten dringend beteugeld worden.
- Een tuchtorgaan voor tandartsen is een dringende noodzaak.
- Wachtdienstverplichting dient Federaal te worden uitgevoerd.
- De Provinciale Geneeskundige Commissies moeten beter met elkaar communiceren.
- De wetgeving voor bijscholing moet worden toegepast voor alle Belgische tandartsen.
- De FANC wetgeving dient dringend te worden aangepast.
Toelichting bij het 10-punten memorandum:
1. Noodzaak voor behoud van het overlegmodel.
Overleg tussen het beroep en de verzekeringsinstellingen is een uniek model waarvan de voordelen niet meer hoeven te worden uiteengezet. Dit overleg dient zeker te worden behouden, maar de gemaakte afspraken dienen dan ook te worden uitgevoerd door de bevoegde Minister. Het is in ons RIZIV sociaal overlegmodel onaanvaardbaar dat de strategie voor het tandheelkundig beleid wordt uitgetekend zonder de representatieve beroepsverenigingen. Het Akkoordensysteem moet gerespecteerd worden en een strategische beleidscel op het kabinet kan niet autonoom handelen: er is geen kwalitatieve verzorging mogelijk zonder de tandartsen.
2. Het aandeel van het budget Tandheelkunde in het totale RIZIV- budget.
Tijdens de voorbije legislatuur werden inspanningen geleverd om het budget dat in het RIZIV voorzien wordt voor terugbetalingen van tandheelkundige prestaties te verhogen. Belangrijke delen van de noodzakelijke basisverzorging voor alle leeftijdscategorieën van de bevolking zijn echter nog steeds niet, of slechts zeer gedeeltelijk opgenomen in de sociale zekerheid.
Teneinde de evolutie van de tandheelkundige verzorging met twee snelheden af te remmen is dringend een drastische verhoging van het RIZIV budget tandheelkunde noodzakelijk.
3. Manpowerplanning en praktijkvoering.
België telt momenteel nog steeds een zeer hoog aantal tandartsen (1 per 1300 inwoners). Tengevolge het gebrek aan manpowerplanning in de vorige decennia worden we nu geconfronteerd met een leeftijdspiramide van de actueel actieve tandartsen die vragen doet rijzen over de toekomst. Het is absoluut noodzakelijk dat de praktijkvoering in kaart gebracht wordt. We weten wel hoeveel tandartsen werkzaam zijn, maar niet waar. Het eindelijk beschikbaar worden van een praktijkkadaster is ook voor de patiënt een dringende noodzaak. De omstandigheden van beroepsuitoefening en de financiële aantrekkelijkheid van het beroep, gezien over een totale beroepscarrière, moeten dringend verbeteren om voldoende jongeren aan te trekken naar het beroep en de braindrain naar het buitenland te stoppen. Om collegae langer aan het werk te houden kan o.a. een incentive voorzien worden voor +zestigers die voor patiëntenverzorging beschikbaar blijven.
Betreffende hulpkrachten formuleert het VVT volgende visie:
- tandartassistent(e): algemeen wordt aanvaard dat een tandarts door te werken met assistentie voor administratie secretariaatswerk en assistentie aan de stoel 30 % meer capaciteit aan zorgverlening verwerft. Om de gevolgen van de bedreigende leeftijdspiramide op te vangen is het noodzakelijk om er vooreerst voor te zorgen dat de tandartsen met assistentie werken zoals in ALLE buurlanden het geval is. Begeleidende maatregelen zijn hiertoe noodzakelijk. Vlaamse en Federale maatregelen inzake tewerkstellingspremies zouden dringend moeten aangevuld worden met stimuli om voor alle praktijken de aanwerving van hulpkrachten aantrekkelijk te maken. - Er is een dringende nood aan mondzorgassistenten die ingezet kunnen worden onder de verantwoordelijkheid en supervisie van een tandarts. Ook voor patiënten met bijzondere noden, zoals gehandicapten en ouderen, zowel in instellingen als ambulant, is er nood aan degelijk personeel dat specifiek getraind wordt voor mondhygiëne. Om deze hulpkrachten te kunnen inzetten is een aanpassing van de gezondheidswetgeving ( KB78) noodzakelijk.
4. Publiciteit.
Tengevolge verschillende wetswijzigingen zijn sommige bepalingen uit de wet van 1958 op de publiciteit in de tandheelkunde niet meer actueel. Er heerst heel wat verwarring onder de zorgverleners: de wet van 1958 blijft immers ongewijzigd van kracht ook na de implementatie van de Europese Richtlijn op de vrije concurrentie. Het Verbond der Vlaamse Tandartsen wenst dat klaarheid wordt geschapen om de patiënten en de meerderheid van de praktijken te beschermen tegen de vermarkting van de tandheelkundige verzorging, die zeker geen kwaliteitsbevordering garandeert. Het Verbond der Vlaamse Tandartsen vraagt dringend een duidelijke richtlijn in de publiciteitswetgeving voor medische zorgen in het algemeen en voor tandheelkundige en esthetische zorgen in het bijzonder.
5. Duidelijke afspraken voor Derdebetalersregeling (RBD):
RBD en de systematische niet inning van remgelden kan als een sociale maatregel aanzien worden, maar andere systemen, waarbij de zelfverantwoordelijkheid van de patiënt niet teniet gedaan wordt, moeten overwogen worden. Uitbreiding van de RBD is alleen haalbaar als er voldoende budget wordt voorzien om de stijgende uitgaven, die er het gevolg van zijn, op te vangen.
Deze maatregelen zijn zeker niet gericht tegen de sociale categorieën, wel tegen een klein aantal zorgverleners dat sociaal bedoelde voordelen ombuigt naar eigen voordeel. Er is momenteel een commissie op het RIZIV die de misbruiken door tandartsen aangaande Derdebetalersregeling en het systematisch niet innen van remgelden in kaart bracht. De onthutsende resultaten moeten aanleiding geven tot dringende aanpak van de regelgeving.
6. De tandheelkunde heeft dringend nood aan een beroepseigen tuchtorgaan:
In de nieuwe wet op de marktpraktijken wordt een definitie voor een vrij beroep gehanteerd waarbij tandartsen en kinesitherapeuten worden uitgesloten. Een bijkomend artikel was noodzakelijk om de tandartsen te behoeden om als koopman te worden beschouwd. Ieder vrij beroep heeft specifieke deontologische regels die in de meeste gevallen door een deontologische kamer kunnen worden beslecht. Een beroepseigen tuchtorgaan is een maatschappelijke noodzaak en levert een belangrijke meerwaarde. In de tandheelkunde ontbreekt elke vorm van tuchtorgaan om misbruiken te herkennen en te bestrijden, om rechtszekerheid voor de beroepsbeoefenaars te garanderen, om kwaliteitsgaranties en transparantie afdwingbaar te stellen en klachten te kunnen bemiddelen ter bescherming van de bevolking tegen malafide praktijken.
7. Wachtdienstverplichting dient Federaal te worden uitgevoerd.
Voor de Belgische tandartsen geldt een algemene verplichting tot deelname aan de wachtdienst. Deelname aan de wachtdienst werd ingeschreven als voorwaarde voor het behoud van beroepstitel. In Franstalig België wordt deze verplichting echter zeer fragmentarisch toegepast. Hierdoor kan de uitvoering van de wetgeving voor het behoud van de beroepstitel niet worden uitgevoerd. De verschillen in de toepassing van deze wetgeving lokt zelfs kritiek uit tegen de beroepsorganisaties die de wetgeving wel plichtsgetrouw uitvoeren.
8. De Provinciale Geneeskundige Commissies moeten met elkaar communiceren.
Tandartsen die zich wensen te vestigen dienen geen visum meer aan te vragen bij de PGC van hun provincie maar bij het ministerie van Volksgezondheid. Hierdoor hebben de PGC’s geen zicht meer op de tandartsen die zich in de provincie vestigen, waardoor alle informatie verloren gaat voor inschrijving in een wachtdienst. De verschillende PGC’s stellen ook verschillende eisen voor de organisatie en de uitvoering van de wachtdienst. Dit leidt tot discriminatie onder de tandartsen tussen de verschillende provincies. Het Verbond der Vlaamse Tandartsen heeft een uniforme wachtdienstregeling ingevoerd voor alle Vlaamse tandartsen en vraagt de verschillende PGC’s om de uniformiteit hiervan te willen respecteren.
9. De wetgeving voor bijscholing moet worden toegepast voor alle Belgische tandartsen.
In Vlaanderen is het merendeel van de tandartsen zich bewust van de noodzaak tot bijscholing. 80% van de Vlaamse tandartsen neemt deel aan de accreditering. In Franstalig België is dit percentage nauwelijks de helft. De bijscholing is een criterium voor het behoud van de beroepstitel dat, omwille van de verschillen bij de toepassing ervan tussen beide landsdelen, niet kan worden uitgevoerd. Tandheelkundig Vlaanderen vraagt dringend een uniforme toepassing van deze wetgeving voor alle Belgische tandartsen. De wetgeving van 2002 op de verplichte Nascholing is nog steeds dode letter: de Franstalige tandartsen weigeren deze toe te passen. De verplichtingen van de stagiairs in de tandheelkunde worden op verschillende wijze toegepast in de beide landsdelen. Er is dringend noodzaak aan een gelijke behandeling van Nederlandstalige en Franstalige studenten en tandartsen door de Federale Overheidsdienst.
10. De FANC wetgeving dient dringend te worden aangepast.
Er heerst momenteel een totale onduidelijkheid over de controles voor radiografische toestellen in tandheelkundige praktijken. Europese regelgeving wordt in België veel strenger toegepast dan Europa voorschrijft. Onder druk van het Verbond der Vlaamse Tandartsen werd door het FANC een aanpassing van de wetgeving in het vooruitzicht gesteld, doch deze is nog steeds niet in uitvoering gebracht. Hierdoor ontstaat een totale rechtsonzekerheid voor de tandartsen en de controleorganismen. De manier waarop het FANC trouwens overleg organiseert met het beroep heeft meer weg van een dictatuur, geïnspireerd door belanghebbende controleorganismen. Het ongenoegen dat hierdoor ontstaat, hypothekeert de motivering van de tandartsen om de veiligheid van de bevolking als doelstelling voorop te stellen.
|